Archief | Kinderen RSS for this section

Batterij

r breken drukke tijden aan. De vakantie is voorbij en de scholen beginnen aan het laatste deel van de rit. Tevens doen mijn oudste twee de komende twee weken eindexamen. Twee weken lang zwoegen, zweten, en zo stil mogelijk zijn.
Wat de uitslagen ook zullen wezen (ik heb er goed vertrouwen in), meer roerige tijden volgen vanzelf met twee verhuizingen in de agenda: de oudste die op kamers gaat en de rest van het gezin mag eveneens gaan verhuizen. Immers, wie het nog niet heeft gelezen op Facebook: half juli krijgen we de sleutels van een nieuwe woning; een oude boerderij uit de 19e eeuw, met méér dan genoeg ruimte voor iedereen: een prettig vooruitzicht.

Dan hebben we het nog niet over de overige zaken die op de achtergrond spelen: wandelvierdaagse (waarbij ik zelf ook meeloop), zindelijk worden van de jongste, werkstuk en spreekbeurt in de wachtrij, balletopvoering, schoolreisje, kamp, nog een aantal vrije dagen, schoolmusical, cursussen, en tal van zaken die moeten worden geregeld voor de vervolgopleiding van de oudste twee. De komende weken  zal het aanpoten worden, met hopelijk wederkerende rust in de nazomer.

Maar gisteren had ik een heerlijk rustige Moederdag met mijn oudste dochter in het Rijksmuseum. Mijn batterij is opgeladen, ik ben benieuwd hoe lang hij het volhoudt.

null

Time flies toch wel, met of zonder having fun.

erwijl ik nog niet helemaal ben verlost van de luiers – en alvorens ik word verdacht van incontinentieproblematiek, ik doel hierbij niet op mijzelf, maar op mijn jongste kind – maken mijn oudste twee zich op voor het eindexamen. Een heel nieuw tijdperk breekt aan. Van werkende en studerende kinderen. Van op kamers gaan. Van (daar is ‘ie weer:) loslaten.
De diversiteit binnen het gezin wordt steeds groter, maar nog even en ik heb (voor heel even) geen middelbare school kinderen meer. Het is keer op keer een raar besef dat tijd zo’n vluchtig fenomeen is, waar geen grip op te krijgen is.

Steeds duidelijker wordt ook de betekenis van het welbekende advies aan zowel ouders als kinderen: “geniet van die kindertijd, voor je het weet is het voorbij”. Dat zinnetje waarover ik destijds met een opstandige kleuter aan de hand, een baby op de arm, de spuugklodders op mijn schouders en de zure lucht nog in mijn neus, niet veel anders kon denken dan een “ja-ja…”.

In de loop der jaren ontbrak het me regelmatig aan tijd om er voldoende bij stil te staan: die wonderlijke ontwikkeling van baby naar volwassene, al groeide met het aantal kinderen niet alleen het gebrek aan tijd maar ook het besef dat het allemaal echt nooit meer terug komt. Ik kan niet anders dan toegeven dat het bovengenoemde advies meer is dan een nietszeggend cliché.

En weer een jarige!

9 jaar!

Cadeautjes!

En natuurlijk een traktatie…

Elf!

Geen taart dit keer maar:

De traktatie:

Voor alles is een eerste keer

(dus ook voor sneeuw in rondom en op het nieuwe huis)

Sneeuw als verjaardagscadeau!
Sneeuw op mijn verjaardag!

De volgende dag nog meer sneeuw, dus boodschappen doen we met de slee.
7december12

En nog even een sneeuwvriendje maken.
7december12

7december12

7december12

Wie wil er een sneeuwballengevecht komen houden?

Stuntman

ijn jongste kind is al vanaf de babyleeftijd op zoek naar grenzen. Mentaal, maar met name juist de fysieke grenzen: hoe ver kun je gaan voordat je valt. Elyas kon nog maar net lopen en hij zat overal in, aan en bovenop. Nog vóór zijn tweede verjaardag klom hij hoog in bomen. Geen ladder was hem te eng. Ik maakte toen hij nog maar een kleine dreumes was, wel eens de opmerking dat hij later stuntman moest worden, want stunten kon (en kan) hij als de beste.
Het was geen serieuze opmerking destijds, maar helaas had ik een vooruitziende blik, want onlangs zag hij op televisie zijn ultieme droom: jonge jongens stuntend op onder andere een crossmotor. Vol ontzag zat hij toe te kijken, onderwijl bewonderende kreten uitslakend. Uiteindelijk kon hij nog maar één ding uitbrengen: “dat wil ik ook!”
Het verbaast me niet, want ook op deze leeftijd gaat het stunten door. Hij hangt aan delen van de trap die je als gezond denkend mens niet kunt verzinnen. Hij klimt in de boekenkast als ik even niet oplet. Eigenlijk heeft ieder obstakel in dit huis minstens eenmaal de voetjes van mijn kind op zich gehad. Het woord “gevaar” vertaalt hij automatisch naar “uitdaging”.

Gek genoeg gaat het bijna altijd goed, maar als het mis gaat, dan gaat het wel heel naar mis. Met ruim een jaar viel hij de voortanden uit zijn mond. Eén voortand brak over de hele breedte af, de ander splinterde juist omhoog, waardoor de tand een millimeter smaller is. Het is geen fraai gezicht, want doordat het glazuur ook is afgeknapt, is die smalle tand aan één zijkant zwart. Het restant van de andere tand is geheel bruin verkleurd door het trauma aan de wortel. Jammer, maar gelukkig melktanden.

Gisterenavond brak echter het laatste stuk van de bruin verkleurde tand af, opnieuw door een val na halsbrekende toeren. Zo lag hij ineens in een vreemde tandartsstoel van een vreemde tandarts (die er overigens niets aan heeft gedaan) in een vreemd dorp. Maar zo is Elyas dan ook weer: de termen eng en spannend vallen in de categorie gevaar en zijn dus een uitdaging. En een uitdaging onderga je koelbloedig, zonder tranen. Een bikkel, zo lijkt het. Maar kan iemand mij misschien dan uitleggen waarom hij halsbrekende toeren uithaalt, geen gevaar ziet en zonder problemen op de tandartsstoel kruipt, maar al weken doodsbenauwd is voor het tikken van een opwarmende verwarming?

Onbevredigd verlangen

n deze tijd waarin de verlanglijstjes me weer om de oren vliegen, moet ik als vanzelf terugdenken aan mijn eigen kinderwensjes van weleer. Twee keer kreeg ik iets wat ik echt al heel lang wilde: een net echt lijkende babypop (al vond ik het erg jammer dat ze geen ‘mama’ zei, zoals die op de reclames, en had ik niet genoeg geduld om die weinig flexibele armpjes en beentjes in de kleertjes te proppen, waardoor ik er eigenlijk nooit mee speelde) en later een keer het enige echte dr. Bibberspel (waar mijn vier jaar oudere broer oneindig veel beter in was, waardoor de lol er snel vanaf was). Al mijn andere wensjes werden nimmer vervuld, of niet op de manier zoals ik het voor ogen had (een pluchen hond als je een echte puppy wilt, of een Fleur als je een Barbie wilt, is uiteraard voedsel voor kinderlijke ondankbaarheid).

Zo wilde ik ook heel erg graag rollerskates. In mijn ogen had ie-der-een in de straat rollerskates. Van die supersonisch snelle, blauw met gele Blazer Skates, met geluidloos zoevende, gladde plastik wielen. Maar hoe lief ik het ook vroeg, of hoe erg ik ook zeurde, smeekte, en stiekeme gebedjes deed (“lieve God, als ik rollerskates krijg, zal ik voortaan aaaaaaltijd lief zijn”), ik kreeg ze niet. In plaats daarvan had ik de oude rolschaatsen van mijn broer. Metalen, in lengte verstelbaar, waar je met schoen en al in ging en met van die ratelende wielen, waarmee ze je drie straten verderop al aan hoorde komen. Waar je onmogelijk kunstjes mee uit kon voeren zonder gigantisch onderuit te gaan omdat je schoen er alweer uit geschoten was. Die innige wens ging door tot op de middelbare school, waar mijn vriendinnen er jaloersmakend behendig mee waren en er zelfs mee naar rollerskatedisco’s gingen – iets wat ik al helemaal kon vergeten.
Blazer Skates
Diep van binnen wil ik ze nog steeds, die – inmiddels met de term retro bestempelde – rollerskates. Geen skeelers, maar heuse echte skates. In mijn hoofd zie ik mezelf al snel en geluidloos door de straten zwieren, maar dat weet verder niemand.

Ik ervaar de weemoed weer zoals ik dat toen voelde, als ik met de lijstjes van de kinderen in mijn handen zit, met de wetenschap dat ik ze niet kan geven wat ze vragen, zoals mijn moeder vroeger ongetwijfeld ook zo zat. Ik ben er echter niet minder van geworden, ik heb er hooguit een eeuwig voortdurende, immer onbevredigde rollerskate-wens aan overgehouden.

Verantwoord

l geruime tijd (zeg maar gerust al een jaar of tien) speel ik met de gedachte om gedeeltelijk vegetarisch te worden. Maar wanneer ik voorheen geluiden van dezen aard mijn gezin binnen slingerde, volgde altijd hevig protest. Inmiddels zijn echter al twee van mijn kinderen ongewild half vegetarisch omdat ze het meeste vlees simpelweg niet lusten. Hier ligt immers niet iedere dag een onbetaalbaar, mals lapje op tafel; meestal moet ik me budgetgedwongen behelpen met van dat voorgekauwde halfvlees.

Daar wil ik van af, ik prop het zelf enkel naar binnen omdat ik nogal gevoelig ben voor ijzertekort, maar dit kan ook op een andere manier worden aangevuld. Dus, protesten negerend – ik ben immers nog altijd de kokkin hier in huis – ben ik gaan speuren naar vegetarische gerechten zonder fabrieksvleesvervangers (ik ben allergisch voor soja, bovendien vind ik nepvlees vooral lachwekkend en zeker niet lekker), maar gewoon met ei of paddenstoelen, of kaas, of peulvruchten, of noten. Misschien ben ik niet deskundig genoeg, maar ik kan weinig appetijtelijks vinden. Die zoektocht duurt dus nog even voort.

Als compensatie voor deze vegetarische aanslag op mijn gezin, leg ik de rest van de week kostelijke biologische kwaliteitskoeien en -kippen op de eettafel, zo was mijn voornemen. Jammer genoeg zit er in dit gat geen biologische slager, dus ben ik genoodzaakt mij te behelpen met het summiere supermarktaanbod.
Zodoende besloot ik vandaag mijn spaghetti te verrijken met biologisch gehakt. Helaas. De supermarkt had alleen bio half-om-half (ik hoef geen gestampt varken in mijn saus), en biologische kip doen ze al helemaal niet aan. Dan maar biologische salami. Deze bleek echter zo klein dat ik een vergrootglas nodig had om deze überhaupt in het schap te kunnen ontdekken en aangezien ik die toevallig net thuis had laten liggen, werd het toch maar een gewone bespoten chorizo (toch een gestampt varken, maar dat proef je toch niet meer dankzij de overdaad aan kruiden…zucht).

Tot dusver mijn plannen om wat meer verantwoord voedsel voor te schotelen. Zoals u ziet, tips en recepten zijn meer dan welkom (Felicita, waar ben je?).

Het zuiden des lands

ie wereldreis die ik – net als velen – ooit nog wil gaan maken, zit er voorlopig niet in, maar een dagje Limburg biedt in ieder geval de suggestie in het buitenland te vertoeven. En wat is Limburg zonder kastelen en grotten, dus daar moesten wij ook maar even een kijkje nemen.

Zoals altijd kan ik weer eens niet kiezen uit de vele foto’s, dus dan maar weer een overdaad.

De gemeentegrot in Valkenburg

Wenteltrap in de ruïne… ik zie meteen allerlei Middeleeuwse taferelen voor me, als ik zo’n trap zie – ik kijk teveel films/lees teveel boeken, vrees ik.

Toepasselijke tekst op het shirt (I’m a star)!

Twee vriendinnen op een voetstuk

Joris en de draak

Mooi uitzicht over België

Op de terugweg nog even langs…
Amsterdam!

Of toch gewoon het openluchtmuseum?

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.